Het begin

opgejaagdddo 1

Dit is het eerste deel van het ongelofelijke relaas van een klokkenluider. Een regelrechte thriller met in de hoofdrol een vrouw in haar strijd voor rechtvaardigheid tegen een allesoverheersende overheid.

Het begon allemaal hier.

De diagnose

Mijn zoon werd al vrij jong gediagnosticeerd. Zijn eerste diagnose bestond uit PDD-NOS, ADHD en ODD (voor de betekenis klik hier). Verder dacht de kinderpsycholoog aan Laag Verstandelijk Beperkt (LBV), maar hij was te jong om te testen. Veel later zou blijken dat hij niet zwak begaafd maar juist hoog begaafd was en zich aan kon passen aan wat er van hem verwacht werd.

Hoe dan ook, er moest een stempel op mijn zoon om de juiste hulp te krijgen. Eenmaal met stempel kregen we een uurtje in de week hulp maar vooral kregen we te maken met wachtlijsten. Toen al. We schrijven het jaartal 2004. Mijn naam is Yvonne Brinkerink.

Omdat zijn gedrag zo agressief was werd hij ter overbrugging, tot er plek was op het Medisch Kleuter Dagverblijf (MKD), op een + peuterspeelzaal geplaatst. Het gaf even rust maar twee uurtjes per dag was gewoon niet genoeg.

Bureau Jeugdzorg

Tegen de tijd dat we er als gezin compleet doorheen zaten mocht hij na acht maanden wachtlijst naar het Medisch Kleuter Dagverblijf waar hij hele dagen terecht kon. Bureau Jeugdzorg (BJZ) heeft nog even geprobeerd hem een hechtingsstoornis en Uithuisplaatsing (UHP) mee te geven in hun rapportage maar dat lukte niet. Simpelweg omdat hij die niet had en de kinderpsycholoog dat ook op papier verklaarde.

Uit logeren vanuit het PGB

Bureau Jeugdzorg stelde een Persoons Gebonden Budget (PGB) voor zodat hij één maal per maand kon logeren. Hulp vanuit BJZ was niet voorhanden en zo deed ook het logeren vanuit het PGB zijn intrede. Kinderen met gedragsproblemen logeerden dan het weekend in een groepje met een begeleider zodat het thuisfront even op adem kon komen. 1000 Euro kregen we voor hem per kwartaal.

Het voelde als betaald worden omdat je kind ziek is en ik heb wat gehuild in die periode. Al vrij snel kwam ik erachter dat hij voor deze € 1000,00 maar twee maal per kwartaal van het logeerweekend gebruik kon maken via het zorgbedrijf wat daarvoor ingehuurd kon worden. Maar meer geld zat er niet in en ik besprak het met zijn kleuterjuffen. Inmiddels was hij geplaatst op een school voor speciaal onderwijs.

Center Parcs en ‘Vrienden van Tom’

De kleuterjuffen gaven aan dat er meer ouders tegen dezelfde problemen aan liepen met hun kind. Eén en één is twee, dus besloten de kleuterjuffen en ik dat zij met een aantal kinderen een weekend naar Center Parcs gingen. Dat kon toen nog met vier kinderen voor de helft van wat ervoor gevraagd werd door zorginstanties. Dat eerste weekend werd een daverend succes en het goede nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door school, de wijk, Almere en na die eerste week kwam er zelfs al een telefoontje uit Amsterdam van een wanhopige ouder.

De prijs voor zorg was hoog. Zeker als bekend was dat ouders een PGB hadden voor hun kind. Ik rekende uit wat de werkelijke kosten waren en richtte met behulp van de notaris de Stichting Vrienden van Tom op.

Binnen een jaar had ik 52 medewerkers in dienst, werkten we landelijk en sprongen direct in daar waar de knelpunten lagen. Vrienden van Tom werd erkend als stage en opleidingsplek. Leerkrachten van het Speciaal Onderwijs (SO) stapten over naar ons en alle kinderen werden direct geholpen. Hetzij bij het vinden van passend onderwijs, hetzij in het gezin, hetzij qua logeren zodat de rest van het gezin even rust had. PGB of niet, niemand lieten we wachten. Ik werd gevraagd voor interviews en naar aanleiding daarvan was het hek helemaal van de dam.

Crisisplaatsing

Ik kan me dat eerste telefoontje waarin om crisisplaatsing werd verzocht nog woord voor woord herinneren. Het ging over M, (we noemen hem hier Marcel). Hij had als diagnose klassiek autisme en zijn moeder was net overleden aan borstkanker. Hij had, op zijn tante na, niemand die voor hem kon zorgen en geen familie in Nederland. Het was om 14:00 uur op vrijdagmiddag en was er geen plek gevonden om 16:00 uur dan zou Marcel worden overgebracht naar de Jeugdgevangenis. Marcel had op dat moment geen PGB of iets dergelijks.

Mijn hersenen werkten razendsnel. Crisisopvang hadden we niet, hij zou mee kunnen naar Center Parcs het weekend wat me in ieder geval twee dagen de gelegenheid gaf om een goede plek voor hem te zoeken binnen ons immense netwerk intussen. Ik wist eenmaal in de gevangenis kwam je er niet binnen een jaar uit. Hij was kansloos. Ik hoorde mezelf zeggen aan de telefoon: “Breng hem maar, hij kan bij ons.”

Met een tasje kleding en een foto van zijn moeder stond hij voor de deur

Een uur later werd hij gebracht. Met een tasje kleding en een foto van zijn moeder stond hij voor de deur. Degene die hem kwam brengen was zo weer weg. Nooit meer iets van gehoord. Marcel maakte geen oogcontact, zag er onverzorgd uit en mijn hart brak. Ik besprak het met mijn groepsleiders. Wat was het beste voor hem nu? Direct door naar Center Parcs of juist rust? We wisten het niet.

Mijn dochter hakte met haar 8 jaar onbewust de knoop door. “Mam, ik vind het zo zielig voor hem, zijn mama is dood, hij is net hier en nu moet hij weer weg en maandag weer naar een ander adres of naar de gevangenis. Gelukkig ben jij niet dood hè mam?” (mijn kinderen wisten en weten dat ik recidiverende kanker heb en meerdere malen ben geopereerd).

Toen hij ’s avonds in bed lag hoorde ik gesnik uit zijn kamer

Ik besloot dat hij bij ons bleef dat weekend. Hij sprak niet, maakte geen oogcontact het enige wat hij deed was antwoorden met ja of nee. Berusting, gelatenheid, angst. Van alles sprak er uit zijn ogen. Hij sliep in mijn zoons kamer die nacht en de volgende dag ben ik met hem kleding gaan kopen.

Toen hij ’s avonds in bed lag hoorde ik gesnik uit zijn kamer. Ik klopte aan en vroeg hem of hij het goed vond als ik even bij hem kwam zitten en zei hem dat hij alles mocht zeggen of vragen wat hem dwars zat. Hij begon te huilen. Langzaam liet hij toe dat ik hem troostte. Anderhalf uur heeft hij gehuild voor er uiteindelijk twee vragen achter elkaar kwamen.

De eerste was: Zie ik mijn moeder nu nooit meer? De tweede vraag was: Waarom moet ik naar de gevangenis, ik heb toch niets gedaan?

Met een brok in mijn keel vertelde ik hem dat zijn moeder dood was maar altijd bij hem zou zijn, in zijn hart, direct gevolgd door: “nee, je hoeft niet naar de gevangenis, je mag als je dat wil hier blijven”. Dat wilde hij.

De eerste crisisplaatsing was een feit. Gewoon bij mij thuis.

Het was het begin van wat de crisisopvang zou worden, maar dat wist ik toen nog niet.

Voor het vervolg klik hier

Advertenties