Detentie

opgejaagdddo 5

Het grote ijzeren rolluik ging open en de auto waarin ik zat met de drie mannen met kogelvrije vesten aan en bewapend reden door een soort tunnel in. Voor ons was weer een deur. Op dat moment werd ik bang en is mijn geheugen een zwart gat tot in de cel waar ze me opsloten. Ik herinner me flarden van de eerste twee dagen. Zo schijn ik mijn advocaat gesproken te hebben maar dat weet ik niet meer. Er schijnt een arts gekomen te zijn omdat ik vreselijk in paniek was maar dat weet ik ook niet meer. De controle over de posttraumatische stressstoornis (PTSS) was in een keer weg en deze sloeg genadeloos toe.

Ik had bekend

Waar ik wel herinneringen aan heb is mijn eerste verhoor. Niet volledig maar wel het moment waarop de twee mensen die me verhoorden van de FIOD en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid bijna juichend aan me vroegen: “Voel je je niet opgelucht?” Waarop ik verbijsterd antwoordde: ”Waarom?”. Achteraf bleek dat ik bekend had.

Wat zij echter zagen als een bekentenis was voor mij iets waar het Zorgkantoor, de voogden van Bureau Jeugdzorg, de mensen waar ik contact mee had in de politiek, alle ouders, kortom iedereen, allang van op de hoogte waren. Ik schoof met toestemming met het Persoons Gebonden Budget tussen kinderen om alle kinderen te kunnen helpen en alle kosten te kunnen betalen. En dat…is fraude.

Penitentiaire Inrichting

Ik was al die tijd in de veronderstelling dat ik gewoon weer naar huis zou gaan. Het tegendeel was waar. Na het weekend werd ik overgebracht naar penitentiaire inrichting Nieuwersluis. De vrouwengevangenis. PI Nieuwersluis bestaat uit twee delen. Het huis van bewaring aan de ene kant van het complex en de gevangenis voor afgestraften aan de andere kant.

Vernederingen

Aangekomen in Nieuwersluis werd ik eerst gevisiteerd. Het was walgelijk en ik schaamde me heel erg. Ik moest terwijl de bewaakster toe keek in een potje plassen. De bezittingen die ik bij me had werden opgeschreven en er werd me mede gedeeld dat ik in alle beperkingen werd gehouden. Alle beperkingen houdt in: geen media (krant, radio, televisie), geen contact met medegedetineerden, geen bezoek en geen telefonisch contact met mijn kinderen.

Zo heb ik de eerste twee weken van mijn detentie doorgebracht. Een uur per dag werd ik door bewakers naar een soort kooi gebracht onder de grond met alleen een rooster waardoor je de lucht kon zien. Het werd dan ook luchten genoemd. Daar kon ik op een plastic poef even zitten en frisse lucht inademen. Totdat de rechter besloot dat de beperkingen opgeheven konden worden zat ik alleen zonder contact met de buitenwereld. Dat heeft twee weken geduurd.

Ik ging schrijven

Eind april van dat jaar zou ik gaan trouwen in Turkije. Ik heb tot de ochtend van de dag waarop dat zou gebeuren de hoop gehad dat dat alsnog door zou gaan. Ik leefde compleet in mijn eigen wereld. Ik at niet, ik sliep niet, ik sprak niet. Het enige waar mee ik ben begonnen op aanraden van de bewakers was schrijven. Wat er is geschreven door me die eerste maanden is hier terug te lezen: https://yvonnebrinkerink.wordpress.com/detentie-dagboek/

De verhoren

Ik werd vrijwel dagelijks verhoord. Ook toen ik in alle beperkingen zat. Een van de dingen die ik me herinner is of ze vroegen of ik mijn kinderen miste. Elke minuut van de dag had ik het gevoel dat mijn hart eruit gerukt werd. Het gemis was verschrikkelijk. Er kwam een soort voorstel. Als ik nou gewoon meewerkte dan mocht ik mijn dochter bellen. Ik had niets te verbergen dus ging akkoord. Ik mocht de telefoon niet zelf vast houden en mijn dochter mocht niet vragen aan me wanneer ik weer thuis kwam want dan zouden ze de verbinding verbreken.

Het enige waar ik nog aan kon denken was dat kind dat al dagenlang in onzekerheid zat over waar haar moeder was.

Ze belden en mijn dochter nam op. Ik hoorde haar stem en brak uiteraard maar hield me groot. Shirley echter begon direct te huilen en haar eerste vraag was: ”Mam, waar ben je, wanneer kom je thuis?” Ik zei haar dat ik dat niet wist maar dat dat vast niet lang zou….tuut tuut tuut. De man met de telefoon in zijn hand had de verbinding verbroken. Het enige waar ik nog aan kon denken was mijn kind dat al dagenlang in onzekerheid zat over waar haar moeder was. Mijn dochter, het meisje, die haar moeder eindelijk aan de telefoon had en ook direct weer kwijt was. Hoe wreed kun je zijn? Achteraf gezien is het pure kindermishandeling. Het meisje (toen 15 jaar) kwam net uit een revalidatiecentrum, moest voor haar 12-jarige autistische broertje zorgen, had haar moeder afgevoerd zien worden naar God weet waar naartoe en was compleet overstuur. Het waren walgelijke acties die de verhoorders uitvoerden.

De sensatiepers

Mijn advocaat kwam iedere week. Soms meerdere keren per week. Ze hield me op de hoogte van wat er buiten mijn justitiehotel gebeurde, had de zorg voor de kinderen deels op haar genomen, sloot mijn facebook hermetisch af en deed wat ze kon om me rustig te houden. De kranten stonden vol met de “miljoenen fraude” die ik zogenaamd had gepleegd. Ze schreven over de huizen, auto’s, buitenlandse bankrekeningen en boot die ik zou bezitten (er is nooit iets gevonden qua bezittingen of geld en dat kan ook niet want dat had ik niet) de media belden bij al mijn buren in de straat aan voor interviews, mijn zoon werd achtervolgt door de media tot aan school. Daar werd uiteindelijk ingegrepen door school en de politie. De Telegraaf publiceerde een foto van mijn vriend met allemaal geld op zijn buik wat hij op Facebook had geplaatst. Maar dat was Dominicaans geld, pesos dus, amper wat waard en nog een paar dollar. Het werd flink opgeblazen in de krant. Veel erger vond ik dat mijn dochter op de voorpagina van de zaterdageditie stond. Ik was des duivels.

Later heb ik die Telegraaf nog om opheldering gevraagd daarover. Het antwoord was: ”Als dit het publiekelijk belang dient publiceren we ook minderjarige kinderen en wat is het probleem. Er zit toch een balkje over haar ogen?”. Stel je voor, je bent 15 jaar en je wordt als crimineel afgebeeld in de grootste krant van Nederland. Op de voorpagina. Ik wordt er nog boos om.

Meer vernederingen

Er waren rechtbankzittingen. Mijn advocate diende schorsingsverzoeken in zodat ik bij de kinderen kon zijn. Ze werden afgewezen. Elke keer als ik naar zo’n zitting ging werd ik van mijn cel naar een wachtcel gebracht en gevisiteerd voor ik het pand uit ging. Ik werd dan in een minicel opgesloten in het busje dat me naar de rechtbank bracht. Bij de rechtbank werd ik opnieuw opgesloten tot ik naar de rechter werd gebracht. Na zo’n zitting gebeurde hetzelfde in omgekeerde volgorde. Terug bij de PI moest ik me dan opnieuw uitkleden om gevisiteerd te worden. Die visitaties gebeurde ook na elk bezoek wat er was geweest. Soms zat je een hele dag in zo’n busje of wachtcel bij de rechtbank om twintig minuten bij de rechter te zijn.

Het regime

Paniekaanvallen door de PTSS waren er doorlopend. In detentie brak ik mijn voet, sneed mijn pols door, nam een overdosis en menig keer werd ik in de isolatiecel geplaatst ter bescherming van mezelf. Ook als ik ‘op transport’ moest naar de rechtbank raakte ik in paniek. Op zeker moment wisten ze dat en werd er ook rekening mee gehouden. Er werd wat soepeler om gegaan met de regels en de bewaarders lieten het luik in de deur open of soms zelfs de deur op een kier. Ik viel in detentie in totaal rond de 70 kilo af, dat was het enige positieve. Ik kan me hiervan ook heel veel niet meer herinneren.

De verhoren

Wat ik me wel herinner is dat ik bij ieder verhoor aangaf aangifte te willen doen tegen mijn oude boekhouder Assenberg en dat ik in ieder verhoor heb laten opnemen dat ik PTSS heb en onder de omstandigheden niet goed kon verklaren. Als je PTSS hebt houdt je je vast aan een (soms vals) gevoel van veiligheid om uit die paniek en overlevingsdrang te blijven. Ik krijg er ook een soort van tunnelvisie bij. Ik zie bijvoorbeeld mensen praten maar weet niet wat ze zeggen. Ik hoor het wel maar het dringt niet tot me door. Mijn verklaringen sloegen dan ook nergens op. Soms reageerde ik vanuit reflex. Zo weigerde ik te verklaren over de stoornissen en problemen in gezinnen waar die kinderen in opgroeiden. Dat viel wat mij betreft onder het Medisch beroepsgeheim. Niet dat ze daarmee zaten. Op mijn kantoor hebben ze gewoon alle dossiers in beslag genomen. Toen ik die veel later terug kreeg waren ze niet meer compleet. Halve dossiers ontbraken maar wat vooral opviel was dat ze maar iets aangerommeld hebben daarmee. Er zat geen logica in het rippen van die dossiers.

Getuigenverklaringen

Mijn advocate kwam met ordners. Er zaten getuigenverklaringen in, de aanklachten en kopieën van alles wat er tot dat moment gebeurd was. In dat dossier las ik dat mijn oude boekhouder de FIOD getipt had, dat Moesbergen, mijn ex vennoot, me aangegeven had bij o.a. het Zorgkantoor en nog veel meer ellende. Er kwamen mails binnen bij mijn advocate van slachtoffers van dezelfde boekhouder. Er kwam een brief binnen bij het Openbaar Ministerie geschreven. Niet door Saskia Moesbergen ondertekend maar door een ander.Die ander, bleek later na verhoor, van niets te weten.

Voor het vervolg klik hier

Advertenties