Detentie (3) an insight

opgejaagdddo 7

Om de zak met spullen die ik af moest geven ging een klein bruin kaartje waarop met grote letters mijn naam geschreven werd, mijn geboortedatum en het woord VIOD. Ik vroeg wat dat betekende dat VIOD en kreeg als antwoord dat dat een belastingafdeling was. Er werd dus FIOD bedoeld. Ook kreeg ik een nummer: 8645732 en werd me uitgelegd dat dat mijn detentienummer was. Bij de vraag of die ook op mijn arm getatoeëerd zou worden werd ik boos aan gekeken.

Verhoorders van het UWV

Ik was niet zo’n lekkertje de eerste weken. Had ik even geen paniekaanval dan ging ik in verzet. Ik zag iedereen als mijn vijand. Tijdens de verhoren stond ik mijn mannetje en menig keer heb ik de verhoorders kwaad gekregen. Een keer ben ik verhoord door medewerkers van het UWV. Mijn advocate was daarbij. Ik mocht tijdens het verhoor niet met haar praten maar wij spraken zonder woorden. Hels waren ze. De volgende dag kwam mijn advocate en zei: ”Meid, respect! Je hebt ze alle hoeken laten zien”. Zo vreselijk als die twee verhoorders waren heb ik ze nooit meer mee gemaakt.

Yvon, wij zien hier een heel andere vrouw voor ons dan in de kranten en media beschreven wordt

Nadat na een paar weken de beperkingen eraf gingen leerde ik de PIWI’s (penetitair inrichting werkers, bewakers dus) en andere gedetineerden een beetje kennen. Af en toe kwam er een PIWI naar me toe en vroeg hoe ik me voelde, stelden vragen over mijn kinderen over wie ik graag vertelde en over al die andere kinderen. Pure interesse van ze en ik waardeerde dat heel erg.

Op een zeker moment kwam een van de PIWI’s naar me toe en zei: “Ik heb een kwartiertje over, ik haal je even je cel uit en dan hebben we de tijd om even te kletsen” Het eerste wat hij zei was: ”Yvon, wij zien hier een heel andere vrouw voor ons dan in de kranten en media beschreven word” Ik probeerde zoveel mogelijk te vertellen over de Stichting, over dat er dingen gezegd werden over me maar dat dat nooit over mij kon gaan, over al die kinderen die ik zo miste, over hoe ik dan fraude gepleegd zou hebben maar vooral over hoe ik me genaaid voelde door de overheid wiens kinderen ik altijd had opgevangen voor een fooi en vaak voor niets terwijl zij pakken met geld lieten rouleren.

De PIWI en het bezwaarschrift

De PIWI’s benaderden me anders dan anderen. Vriendelijker. Ze hielden zich aan de regels maar hadden altijd even tijd om te kletsen of maakten tijd. Eén van de PIWI’s kwam op een gegeven moment naar me toe en vertelde over haar autistische zoontje en haar PGB aanvraag waar gedonder mee was. “Yvon ik ga alle regels te buiten maar wil je ernaar kijken” vroeg ze me. Razendsnel werkten mijn hersenen. Ik woog de voors en tegens tegen elkaar af ik zat hier immers op verdenking van PGB fraude. Aan de andere kant, ik werd verdacht, was niet veroordeeld. Ik zei haar de stukken mee te nemen en las ze. Dezelfde nacht schreef ik een bezwaarschrift voor haar en vertelde haar de volgende dag dat zo in te dienen bij Bureau Jeugdzorg. Een paar weken later liet ze me weten dat het bezwaar was toegekend.

Onwerkelijk

De telefoon ging. Ik zag dat het Shirley was op mijn scherm. Ik nam op en zei: “Hey liefste dochter van de wereld, hoe gaat het?” Direct begon ze te schreeuwen. “Jij bent mijn moeder niet meer, jij hebt geld gestolen van kinderen en je hebt je eigen kinderen alleen thuis achter gelaten. Ik hang nu op en wil nooit meer iets van je horen, ik hoop dat je weg rot in die cel” Ik schreeuwde haar naam maar ze was weg. Opgehangen. Ik belde terug. Helemaal in paniek. Schreeuwend. Ik zag haar voor me met haar broertje zittend aan tafel thuis. Niemand bij ze. Compleet overstuur werd ik wakker.

Ziekenhuis

In plaats van dat ik kalmeerde rende ik naar de intercom. Het was middag, ik was van pure uitputting overdag in slaap gevallen. Ik drukte op het knopje van de intercom en vroeg of ik alsjeblieft mijn dochter kon bellen. Het antwoord was: ”Morgen tijdens recreatie kan dat” Daarna ging het licht uit. Ik ging compleet door het lint. Smeet alles door mijn cel, trapte tegen alles waar ik tegenaan kon trappen en brak mijn voet op twee plaatsen.

Pas uren later vlak voor het insluiten voor de nacht (dan gaat je deur of luik even open en zeggen ze ‘s middags om half vijf “Fijne avond en welterusten”) vroeg de PIWI wat er aan de hand was. Ik begon te huilen en zei dat ik niet meer kon lopen. Hij kwam mijn cel in en keek. Maakte een grapje over niet weglopen ik ben zo terug en vertrok weer. Binnen vijf minuten kwam hij terug met nog vier man. “Yvon, niet schrikken maar we brengen je naar het ziekenhuis met een taxi want je voet ziet er niet zo goed uit” Ik hoefde geen boeien om en na een ritje ziekenhuis kwam ik weer terug. In het gips voor de komende weken.

Mam, in de Telegraaf staat dat je in de rechtbank twee verschillende schoenen aan had en je in de war was

Eén keer in de maand was het moeder/kinddag. In een aparte ruimte ingericht voor kinderen kon je dan buiten het reguliere bezoekuur anderhalf uur je kinderen zien. De PIWI’s waren dan in burgerkleding aanwezig. Tom trok het niet tijdens de gewone bezoekuren dus die kwam nog maar eens per maand anderhalf uur. Ik leefde naar die dagen toe. Anderhalf uur met mijn kinderen samen. We dronken en kletsten wat, we knutselden en er werd altijd een direct klaar foto gemaakt. Die werd dubbel afgedrukt. Eén voor de kinderen en één voor op mijn cel. Het weekend nadat ik mijn voet brak was het moeder/kinddag. Mijn dochter keek naar mijn voet en zei: ”Mam, in de Telegraaf staat dat je in de rechtbank twee verschillende schoenen aan had en je in de war was” Ik vertelde haar rustig dat ik was gevallen en mijn voet had gebroken en dus geen schoen aan kon.

Ze waren jong en verdienden een leven zonder dit allemaal

Na dat bezoek ging ik opnieuw door het lint. Het was mijn week niet zeg maar. Op dat moment had ik mijn Hoger Beroep nog niet in getrokken en een of andere ‘grapjas’ vertelde me dat ik wel vijf jaar kon krijgen. Ik zag de gezichten van de kinderen voor me. Zag hoe ze huilen weg gingen na moeder/kinddag en mijn hersenen draaiden overuren. De verkeerde kant op. Ik vond niet dat ik het mijn kinderen aan kon doen nog zolang heen en weer te gaan en met mijn detentie geconfronteerd te worden. Ze waren jong en verdienden een leven zonder dit allemaal.

Ik ben zeker een kwartier bezig geweest daarmee tot het wel lukte. Het bloed spoot alle kanten op.

In een vlaag van verstandsverbijstering sneed ik mijn pols door. Ik stond inmiddels op de nachtcontrole (dat hield in dat ik elke twee uur gecontroleerd werd en een teken van leven moest geven) en kreeg drie keer per dag Diazepam maar het was achteraf duidelijk niet genoeg. Ik wachtte tot de nachtcontrole was geweest, schreef intussen mijn brief aan de kinderen en toen de PIWI langs was geweest voor zijn controle begon ik te snijden. Ik had een scheermesje uit elkaar gesloopt waarmee ik dat deed. Het lukte niet direct. Ik ben zeker een kwartier bezig geweest daarmee tot het wel lukte. Het bloed spoot alle kanten op. Ik lag op bed en vond het wel best. Ik had er vrede mee.

Ik werd wakker

Waar ik niet op had gerekend was de bewaarder die ik weliswaar keurig een fijne avond had gewenst maar die, zo hoorde ik later, niet met een goed gevoel mij achter liet en een half uurtje later voor het einde van zijn dienst besloot nog een keer langs te lopen. Hij is zich helemaal kapot geschrokken. Sloeg direct groot alarm en ik werd wakker van het gedoe aan mijn arm. Daar waren ambulancemedewerkers een drukverband aan het aanleggen.

De volgende ochtend stonden mijn kinderen te wachten voor de gevangenispoort. Maar mama kwam niet.

Ondertussen bleven de treiterijen doorgaan. Kleine dingen maar ook belangrijke zoals de aanvraag voor verlof om de verjaardag van mijn zoon bij te mogen wonen. Dat werd afgewezen in verband met ‘nabestaanden’. Er waren geen ‘nabestaanden’ want ik zat in het gevang voor fraude! Die afwijzing gebeurde door middel van een briefje onder te deur van mijn cel door te schuiven. Ik kon mijn kinderen niet meer op tijd bellen omdat we al waren ingesloten voor de nacht zoals dat heet. De volgende ochtend stonden mijn kinderen te wachten voor de gevangenispoort. Maar mama kwam niet. Opnieuw ging mijn advocate in beroep. Dit keer tegen het getreiter in verband met het verlof en het niet op mijn eigen adres mogen verblijven tijdens dat verlof. Het bezwaar werd grondig verklaard maar een nieuwe verlofaanvraag duurde opnieuw twee maanden.

Als ik alles moet beschrijven is dat een boek op zich. Het was verschrikkelijk in detentie maar ik heb er ondanks alles ook enorm gelachen vaak en vrienden voor het leven aan over gehouden. Ik weet dat sommige PIWI’s me volgen op social media en het is mede dankzij hun dat ik de gevangenis levend heb verlaten. Ook mijn advocate Marjolein Dikkerboom speelt hier een enorm grote rol in evenals enkele van mijn vrienden. Zij zijn altijd achter me blijven staan en staan dat nog.

Qua detentie wil ik het hierbij later. Wellicht schrijf ik nog een boek en wordt daarin meer geschreven over die twee detentieperiodes.

Het volgende deel zal gaan over terug de ‘maatschappij’ in maar vooral over hoe die maatschappij je als ex-gedetineerde behandelt.

Voor het vervolg klik hier

Advertenties