Detentie (2)

opgejaagdddo 6

Een ding vergeet ik nooit meer. Op 19 Juli 2013 was er een regiezitting. De media was ruim vertegenwoordigd op uitnodiging van het Openbaar Ministerie. Zoveel was wel al duidelijk. Op dezelfde dag werd de rechtszaak tegen Joep van den Nieuwenhuyzen behandeld. ’s Avonds terug in mijn cel keek ik het journaal. Er werd niets gezegd over mijn zaak maar wel over die van Joep. Joep zelf was ook nog aan het woord na afloop van de zitting. Hij vertelde lachend dat hij in Hoger Beroep zou gaan, eventueel in cassatie en daarna nog naar het Europese hof. Je zag hem in zijn Bentley stappen en hij reed weg. Ik begreep op dat moment niets meer van het rechtssysteem.

De volgende dag, een dag na de zitting dus werd mijn zaak uitgezonden op TV.

Ze hielden zich zo goed tijdens de bezoekuren maar voelden zich zo alleen

Het werd donker en het werd licht. De dagen kropen voorbij. Ik leefde van bezoek naar bezoek. Dan zag ik mijn kinderen weer. Nothing else matters. Inmiddels ging ik naar ‘arbeid’. Voor 0,78 cent per uur schroefjes in elkaar draaien en ander geestdodend onnozel werk. Ik kreeg ruzie met de werkmeester. Ze behandelde ons als honden dus ik weigerde om daar nog naartoe te gaan en bracht hele dagen op mijn cel door. Ik at nog steeds niet en het ging steeds slechter met me. Mijn zoon ging redelijk maar mijn dochter hobbelde van adres naar adres. Ik had zo’n gruwelijke medelijden met de kinderen. Ze hielden zich zo goed tijdens de bezoekuren maar voelden zich zo alleen.

Eten

Er kwam een moment dat overplaatsing naar het gevangenisziekenhuis in Scheveningen dreigde. De paniekaanvallen, het niet eten, het apathisch in mijn cel zitten eisten zijn tol. Mijn medegevangenen maar meer nog de bewakers hebben me van die overplaatsing ‘gered’. Ik at namelijk niet omdat ik niet wilde eten maar opgesloten in die cel kwam ik tot niets. De bewakers maakten een afspraak met me. Ze lieten de deur open en als ik dan ging eten zouden zij ervoor zorgen dat ik een baantje kreeg op de afdeling als reinigster. Ze stuurden me met stenen in mijn zakken naar de Medische Dienst waar ik iedere dag gewogen werd en controleerden of ik ook echt at. Na een week ging ’s morgens de deur open en kon ik beginnen. Van ’s morgens tot ’s middags half vijf die cel uit.

In vrijheidsstelling

In oktober 2013 was er opnieuw een zitting. Tijdens die zitting werd ik geschorst in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak. Ik mocht naar huis. Nog dezelfde dag kwamen de kinderen ook weer thuis en kregen we een telefoontje van vrienden uit Turkije dat onze tickets klaar lagen. Nog geen week na het verlaten van de gevangenis vloog ik met de kinderen naar Turkije voor een week waar we zoons verjaardag vierden. Hij werd 13 jaar.

Eenmaal thuis begon het dagelijkse leven weer. Ouders van kinderen aan wie ik zorg verleende namen contact op. Sommige kinderen hielp ik direct weer. Er waren ook ouders boos. Terecht of niet, ik begreep ze wel. Er waren regelmatig gesprekken met mijn advocaten. De zittingsdagen voor de inhoudelijke behandeling van mijn zaak werden vastgelegd op 1 en 4 april 2014. Iedereen was ervan overtuigd dat ik zou worden vrijgesproken. Immers er was zoveel fout gegaan.

De ‘bewijzen’

Tapgesprekken in het strafdossier waren gemanipuleerd of niet juist weer gegeven, getuigen hadden onder ede gelogen (ik kon en kan dat nog steeds aantonen), administratie was niet volledig, de FIOD en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid hadden beiden een andere uitkomst qua administratieonderzoek en ik vond de volledige administratie van 2008 in de schuur (terwijl ik was aangeklaagd vanaf 1-1-2008), enzovoort.

Het hield niet op qua fouten in het strafdossier.

Het meest kwalijke in die periode was wel dat het Openbaar Ministerie mijn strafdossier had gelekt. Zo kregen ouders brieven van het Zorgkantoor met stukken geanonimiseerd uit mijn strafdossier binnen en schreven kranten inhoudelijk over wat er in het strafdossier stond. Mijn strafdossier lag dus op straat.

Daar neergelegd door het Openbaar Ministerie.

Tot vanmiddag kanjers

Op 1 en vier April 2014 waren de zittingsdagen. Op achttien April was de uitspraak en die dag toog ik opgelucht naar de rechtbank in Utrecht. Die dag zou er een einde komen aan alle ellende en zouden ze geen andere beslissing kunnen nemen dan me vrij spreken. De advocate had het hof gevraagd niet ontvankelijk te verklaren en eigenlijk konden ze ook niet anders. Thuis stelde ik de kinderen gerust en zei ik ze gedag. Met een: “Tot vanmiddag kanjers” liep ik de deur uit.

Vol goede moed en zingend reed ik naar de rechtbank. De zitting vloog voorbij. Ik luisterde amper naar de Officier van Justitie. Zoveel leugens als die uit haar mond toverde had ik zelfs bij Goede Tijden Slechte Tijden nog nooit gehoord. Uiteindelijk kwam de rechter met zijn vonnis. Twintig maanden waarvan zes voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en geen vakverbod.

We schrokken ons kapot. Mijn eerste reactie nog in de rechtbank tegen de advocaat was: “Stel maar direct hoger beroep in!”  We verlieten de rechtszaal en eenmaal door de deur werden we opgewacht door de media. Terwijl we stonden te praten werd ik aangesproken door de parketpolitie. “Mevrouw Brinkerink, het spijt me maar u moet met me mee. U mag uw hoger beroep niet in vrijheid afwachten”.

De Treiterijen

Binnen twee uur liep ik voor de tweede keer PI Nieuwersluis binnen om opgesloten te worden. Mijn tweede detentie was net als de eerste de hel in het kwadraat. Thuis waren de kinderen in elkaar geklapt hoorde ik en er was geen plek in de gevangenis dus ik ging opnieuw naar het huis van bewaring. Het getreiter van het Openbaar Ministerie begon. Ze maakten handig gebruik van mijn PTSS en paniekaanvallen.

Wat de bewakers ook deden om me te helpen, beslissingen van hogerhand moesten gewoon worden uitgevoerd. Zo hielden ze mijn fasering tegen, werd mijn zoon na drie uur reizen de toegang tot de PI ontzegd, werd mijn verlof ingetrokken in verband met nabestaanden. (die waren er uiteraard niet), werd ik gedwongen op straffe van geen bezoek meer onder andere (bedankt meneer Teeven!) om onderwijs te volgen. Toen ik eenmaal getest was weigerde Justitie mijn opleiding tot Officier van Justitie te betalen (!). Ook mocht ik mijn verlof niet op mijn eigen adres doorbrengen en nog veel meer van deze treiterijen.

Uitzichtloze situatie

Op de dag dat mijn dochter 18 jaar werd in augustus 2014 mocht ik voor het eerst op verlof.  Er was zolang er geen datum was voor het Hoger Beroep geen kans op vrijlating of faseren (verlof en naar een open afdeling), ik had hartklachten, viel opnieuw heel veel af, de kinderen gingen slecht, ik was ervan overtuigd en ik niet alleen dat ik horizontaal naar buiten zou gaan in plaats van verticaal. Er kwam een aanbod van de Officier van Justitie. Als ik mijn Hoger Beroep in zou trekken zou zij dat ook doen. Mijn situatie was uitzichtloos op dat moment. Het Hoger Beroep kon nog wel een jaar duren en de kinderen en ik zouden eraan onderdoor gaan. Ik vroeg mijn advocate wat de mogelijkheden waren om toch door te kunnen gaan met mijn zaak als ik het Hoger Beroep inderdaad in zou trekken.

Novum

Ze vertelde dat dan herziening mogelijk was mits er een nieuw novum was. Een nieuw novum houdt in dat er dingen boven komen die de rechter op het moment van de uitspraak niet kon weten en had hij die wel geweten dan had er een andere beslissing gevolgd in zijn veroordeling. Aangezien ik geen eerlijk proces heb gehad besloot ik het Hoger Beroep inderdaad in te trekken en voor de herziening te gaan. Direct na het intrekken was er een datum bekend dat ik vervroegd vrij zou komen en ik mocht ook direct faseren naar een half open gevangenis. Na 7 maanden in de gevangenis liep ik op 11 November 2014 voor de laatste keer Nieuwersluis uit.

Mijn gevangenisstraf zat erop.

Voor het vervolg klik hier

Advertenties